Deel IV: De keuze
Alexander keek naar zijn zoon, die nu huilde – een echte, emotionele huilbui, niet het doffe, ritmische gejammer dat de artsen in hun dossier hadden genoteerd. Ethan verlangde naar verbondenheid. Hij verlangde naar warmte. Hij verlangde naar een mens die bereid was om voor hem zijn emoties te uiten.
Alexander keek naar zijn dure pak, zijn gepoetste schoenen en zijn handen die alleen maar cheques konden ondertekenen. Hij besefte dat hij degene was met de « vertraagde emotionele reactie ». Hij was zo bang geweest om zijn zoon te verliezen aan hetzelfde verdriet dat zijn vrouw had weggenomen, dat hij van zijn huis een mortuarium had gemaakt.
Hij haalde diep adem en deed iets wat hij sinds zijn kindertijd niet meer had gedaan. Hij knielde neer.
Hij trok zich niets aan van de grasvlekken op zijn broek van vierduizend dollar. Hij stak zijn hand uit, niet met de berekende bewegingen van een ‘verzorger’, maar met de wanhopige reiking van een vader.
‘Clara,’ zei Alexander, met een trillende stem. ‘Ga niet weg. Alsjeblieft. Laat me zien… laat me zien hoe ik het paard moet zijn.’
Clara knipperde met haar ogen, een traan ontsnapte aan een van haar eigen tranen. Ze ging langzaam weer op het gras zitten. ‘Het draait allemaal om de oren, meneer. U moet met uw oren wiebelen.’
Die avond zouden de buren in Greenwood Hills wellicht geschrokken zijn als ze door de smeedijzeren poorten van het landgoed van Whitmore hadden gekeken. Ze zouden de miljardair niet hebben gezien. Ze zouden twee volwassenen op handen en knieën in de klaver hebben gezien, die belachelijke geluiden maakten, terwijl het gelach van een klein jongetje luid en duidelijk door de stilte van de heuvels galmde.
Alexander Whitmore begreep het eindelijk. Zijn imperium was niets. Het vuil aan zijn knieën was alles.