Deel V: Het veranderende tij
In de weken na het ‘Tuinincident’ vond er een radicale transformatie plaats op het landgoed van de Whitmores. De steriele, museale sfeer werd langzaam maar zeker vervaagd door de chaotische, prachtige realiteit van een opgroeiend kind. Alexander had de klinische nanny’s – die Ethan als een biologisch specimen behandelden – ontslagen en de rigide schema’s vervangen door iets wat de specialisten niet hadden voorgeschreven: spontaniteit.
Clara was niet langer de schoonmaakster. Alexander had haar een baan aangeboden als Ethans belangrijkste verzorgster, maar ze had die titel geweigerd. ‘Ik zal voor hem zorgen, meneer Whitmore,’ had ze gezegd, ‘maar noem het beestje bij zijn naam. Ik ben gewoon zijn vriendin.’
Alexander merkte dat hij eerst om 15.00 uur thuiskwam, daarna om 14.00 uur, en uiteindelijk hele bestuursvergaderingen oversloeg om op de grond te zitten en toe te kijken hoe zijn zoon de kunst van het ‘frambozengebaar’ onder de knie kreeg. De ijzige buitenkant van de miljardair begon te ontdooien, maar met die ontdooiing kwam een stortvloed aan vragen.
Waarom was het Clara? Waarom was juist deze vrouw, die maandenlang in stilte zijn vloeren had geschrobd, de enige die door de mist van Ethans isolement heen kon dringen?
Op een middag, terwijl Ethan een dutje deed, trof Alexander Clara aan in de kinderkamer. Ze was bezig een klein, handgebreid dekentje op te vouwen dat hij nog nooit eerder had gezien. Het had een bleke, stoffige roze kleur – niet een van de designstukken die Alexander had gekocht.
‘Waar kwam dat vandaan?’ vroeg Alexander zachtjes, terwijl hij tegen de deurpost leunde.
Clara schrok even en drukte de wol tegen haar borst. « Ach, het is gewoon… een oud ding. Ik heb het van thuis meegenomen. De wol is zacht; hij vindt de textuur prettig op zijn gezicht als hij slaapt. »
Alexander kwam dichterbij. Het patroon was ingewikkeld: een reeks in elkaar grijpende ranken. Hij voelde een elektrische schok door zijn vingers gaan toen hij de stof aanraakte. Hij had dit patroon al eerder gezien.
‘Mijn vrouw,’ fluisterde Alexander, zijn stem nauwelijks hoorbaar. ‘Juliet tekende vroeger precies dit ontwerp. Ze was van plan een deken voor hem te breien voordat… voordat de kanker haar kracht ontnam.’
Clara’s hand trilde. Ze keek naar de vloer; de stilte in de kamer werd plotseling dik en verstikkend.
‘Clara,’ zei Alexander, zijn toon veranderde van nieuwsgierig naar eisend. ‘Hoe kom je hieraan? Dit is niet zomaar een deken. Dit is een ontwerp van Juliet.’